ARDENNER CULTUR BOULEVARD
HERGERSBERG

APRIL 2024 | Duitsland? Waar ligt dat? Ik weet niet waar ik dat land kan vinden, schreven Goethe en Schiller in 1796. Vanuit Manderfeld klimmend naar de Belgisch-Duitse grens in Hergersberg dient Duitsland zich nochtans aan als een kamerhoek waarin België en Duitsland hun overtollige kitsch en prullaria koortsachtig hebben bijeengeveegd. Van alle manieren om Duitsland vandaag binnen te sluipen, is deze de minst stille.

Het t-kruispunt op de grens is altijd geconsumeerd geweest. Vandaag verleidt de AD Delhaize Duitsers met gulle rekken vol Belgisch bier. Voor Belgen is het een waar Kaffeeparadies, met elke week andere zacht geprijsde Duitse koffies. Het grossieren in grenskoopjes en banaliteit heeft hier een naam: Ardenner Cultur Boulevard, zelfs de naam is onjuist gespeld.

En toch zoek ik de grens hier opnieuw op. Hoewel ze al 30 jaar lang geen onderwerp meer is, blijft ze een conditie. Over Ostbelgien vertellen zonder de altijd nabije grens te noemen, is als over Oostende spreken en de zee verzwijgen. De stad ligt niet zomaar aan het water, de zee bepaalt de blik van wie er woont. Wil je Duitstalig België en haar bewoners leren kennen, dan neem je de grens hier voor lief.

Ze is een toetssteen. Het is waarom ik er vaak nieuwsgierig naar terugkeer, zoals Oostende Léon Spilliaert inspireerde tot schilderijen vol uitgestrektheid. Zijn horizon is een lijn die aantrekt en afstoot, die belooft en wegneemt. Als een denkbeeldig geworden lijn kronkelt de grens langs meest oostelijk België. Alleen in haar commerciële uitbuiting, zoals hier in Hergersberg, wordt ze opnieuw tastbaar. Hier is de grens geen einde, hooguit voordeliger bier en een andere vlag boven hetzelfde landschap.

Het perspectief in Hergersberg bleek de voorbije eeuw vloeibaar te zijn: een erfenis van verschuivingen, onderhandelingen en politieke keuzes. De zee laat golven komen en gaan, hier heeft de grens generaties zien wisselen van nationaliteit. Mensen werden Belg, dan weer Duitser, zonder hun huis te verlaten. Alsof de grond onder hun voeten van identiteit veranderde.

Ostbelgier leven voortdurend tegenover iets dat hen ondubbelzinnig definieert: de andere kant. Hier is de grens geen einde, hooguit een andere vlag boven hetzelfde landschap.

Spilliaerts zee heeft geen afstand nodig om overweldigend te zijn, ook de grensovergang in Hergersberg heeft geen slagbomen of douaniersuniformen meer nodig om nog altijd betekenis te dragen.

Spilliaert begreep dat een grens niet fysiek moet zijn om echt te bestaan. In de stille leegte van zijn zee schuilt precies haar kracht. Ostbelgier hebben moeten leren leven met het besef dat hun identiteit geen vaststaand gegeven is, maar een verschuivend perspectief. Ze leven voortdurend tegenover iets dat hen ondubbelzinnig definieert: de andere kant.

Misschien zou Spilliaert hier in Hergersberg kruispunten hebben geschilderd. Geen waterlijn, maar wegen die elkaar snijden en aan de andere kant hun verloop vervolgen.

Zonder zee verliest Oostende zijn gezicht, zonder grens verliest deze regio haar betekenis. De zee opent de blik naar het oneindige; de grens opent het besef van het andere. Het is dezelfde ervaring: wat ons begrenst, vormt ons tegelijk. Een lijn, uit water of uit geschiedenis, is geen tweedracht die beperkt, maar een complexiteit die verrijkt.

Het grenskruispunt is niet gemaakt om verstild naar te kijken. Melancholiek geworden bij de aanblik van zoveel weggeveegd verleden, valt deze uit het zicht gezette Mercedes LP333-truck me op. Uiteindelijk heeft alles een naam, ook al reist iedereen er koopdronken aan voorbij.