
BENCHEN PHUNTSOK LING
ALLMUTHEN
APRIL 2024 | Al meer dan 30 jaar steek je in Ostbelgien ongemerkt landsgrenzen over. Hooguit bliept een welkomst-sms van een Duitse provider. Niet meer als een barrière, maar als een springlevende shopping trap is de grensovergang in Hergersberg een uitzondering op die regel. Outletmatrassen worden op een stapel paletten geschikt, in de gecombineerde tentoonstelling van kerststallen, poppen en mineralen gaat het licht aan, overjaarse treintjesfanaten schuifelen het modelspoordiorama binnen. Voor het frietkot en de blauwwitte Erdinger-Biergarten-paal is er op dit vroege uur nog weinig aandacht. Een oud spoorsein ziet het ontwaken van een nieuwe handelsdag gelaten aan.
Het t-kruispunt belichaamt niet de geslaagdste mogelijkheden die het Verdrag van Schengen biedt. Het is een rommelige marge, een commerciële jungle die alleen verlangt dat je blijft hangen.
En precies op wandelafstand van die ruis begint iets wat zich aan die logica onttrekt. In Allmuthen ligt Benchen Phuntsok Ling, een Tibetaans centrum dat zich niet aankondigt met banners of promodeals, maar met stilte.
Langs een stuk smalspoor met een kolenwagentje en een kitscherige trol slingert een asfaltweg er zacht naar omhoog. Onwillekeurig denk ik aan een BRF-interview met een Tibetaanse lama dat ik onlangs hoorde. Hij omschreef de weg naar een Gompa niet als een fysieke verplaatsing, maar als een losmaking. Met elke stap valt het dal inderdaad verder weg. De lucht van grillworst maakt plaats voor de geur van bladeren; even later verdwijnen ook de verkeersgeluiden. Contemplatiever dan deze vaststelling wordt de zachte klim voor mij niet.
Na een half uur verschijnt het meditatieoord zonder aankondiging: geen poort, geen wegwijzer. Dat zo'n plek onderdak heeft gevonden in een oude hoeve – niet in de Himalaya, maar boven een grens vol overbodigheden – lijkt surreëel. Niet omdat ze zo uitzonderlijk is, maar omdat ze zo stil is neergezet naast een omgeving die het tegendeel belichaamt.
In de kruinen van een kleine boomgaard hangen gebedsvlaggen, bedrukt met mantra's die de wind vangen en de wensen ervan vrijgeven, alsof ze niets willen vasthouden. Ondanks het zachte herfstlicht lichten hun bonte kleuren fel op tegen het gedempte bruin van het vale erf. Erachter verheft zich een ivoorwitte gebedszuil: glinsterend, zonder zich verder op te dringen.
Of ook deze monniken er een brouwerij zouden inrichten, werd wantrouwig gevraagd. Meer dan dat de vraag om een antwoord vroeg, verraadde ze onwetendheid.
Terwijl ik blijf kijken naar het schouwspel van de wapperende Lungta ervaar ik de afwezigheid van alles wat eerder om aandacht vroeg. De tijd lijkt in mijn wandeltocht hierheen geruisloos vertraagd. Het perspectief is onmiskenbaar verschoven.
Niet iedereen begreep in 1999 dat de keuze voor het verstilde Allmuthen voor de boeddhistische gemeenschap zonneklaar was. Of ook deze monniken er een brouwerij zouden inrichten, werd wantrouwig gevraagd. Meer dan dat de vraag om een antwoord vroeg, verraadde ze onwetendheid.
Met lichte tegenzin daal ik terug naar de winkels, de koopjes, het eindeloze mengen van werelden. Een Duitse rij leeggereden benzinetanks wordt voordelig gevuld bij Old Smuggler, op terrastafeltjes worden Sachertorte en Leffe geserveerd.
Het weerzien met de kleine grenschaos weegt minder zwaar dan ik had gevreesd. Alsof de weg naar boven nog een beetje in mij doorloopt. Iets is gebleven, al is het klein.
Als God in Frankrijk woont, dan werkt Boeddha in Allmuthen.
