FLAGEY
ELSENE

JUNI 2026 | In het warme neonlicht van het Flageygebouw hing vanaf de jaren 1930 een bijzondere spanning. Achter zware studi­odeuren stuurde het toenmalige INR met radio het geluid van een modern België in de ether. Temidden van de muren met mahoniehouten lambrisering stapte een 31-jarige vrouw vanaf 1945 haar toekomst, en die van tienduizenden Duitstalige Belgen, hier tegemoet.

Irene Janetzky kwam uit een toen verguisde uithoek van het land, een regio waar zelden nationale verhalen werden geschreven. Ze was net gescheiden van haar Vlaamse echtgenoot, met wie ze twee kinderen had. Tactvol zou ze uitgroeien tot een van de pioniers van de Belgische omroepgeschiedenis en een beslissende rol spelen in het behoud van de Duitse taal in Ostbelgien, ondanks Hitler.

De grandeur van het art-decogebouw paste Janetzky als gegoten, net als haar galajurk op een iconische foto uit 1956. Het beeld toont haar in gesprek met de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer. De fotograaf kijkt over Adenauers schouder. Niet hij, maar Janetzky trekt de aandacht.

Op 1 oktober 1945 begroette Janetzky de Duitstalige inwoners van de Belgische Oostkantons voor het eerst door de koperen microfoon. Elke avond om 17.20 uur kreeg ze 20 minuten zendtijd, een aalmoes om een gemeenschap opnieuw een stem te geven. Het is merkwaardig dat de Belgische regering meteen na de oorlog Duitstalige radio toeliet, terwijl het Frans in de regio's Eupen en Sankt-Vith met onmiddellijke ingang als enige bestuurstaal werd opgelegd.

Tactvol zou Janetzky uitgroeien tot een van de pioniers van de Belgische omroepgeschiedenis en een beslissende rol spelen in het behoud van de Duitse taal in Ostbelgien, ondanks Hitler.

De eerste jaren waren eenzaam. Janetzky koos de platen, schreef de teksten en presenteerde de uitzendingen. Geregeld ontving ze protestbrieven waarin Franstalige luisteraars fulmineerden tegen de taal van de vroegere Duitse bezetter. Haar journalistieke vrijheid was beperkt en de zwakke middengolfzender verloor zijn kracht nog voor het signaal de Hoge Venen bereikte. Toch wist Janetzky zich integer en vastberaden onmisbaar te maken. Toen haar gesproken dagblad in 1954 tijdens een besparingsronde dreigde te verdwijnen, tramde ze naar premier Achille Van Acker om hem te overtuigen van de programmatie voor de Duitstalige minderheid. Ze keerde terug met de toezegging van extra zendtijd.

Het was Janetzky ten voeten uit. Dankzij haar uitgebreide talenkennis presenteerde ze in 1956 vanuit Lugano de eerste editie van het Eurovisiesongfestival voor de Belgische televisie. Haar verschijning haalde de Europese voorpagina's. Ze liet er zich nooit toe verleiden om de radio te verruilen voor de televisie.

De jaren 1960 luidden nieuwe perspectieven in. De aanzienlijk verbeterde zendtechniek en de vorming van de Belgischer Hörfunk in 1964 maakten van de bescheiden uitzending een zender met een volwaardig dagprogramma. Janetzky mengde zich niet in het communautaire vraagstuk uit die tijd, maar trok jonge journalisten aan die het autonomiedebat en het taboe van de oorlogsjaren met een vrijere verslaggevingsstijl behandelden.

Een van de eerste geschiedschrijvers van Ostbelgien, Bernhard Willems, deelt op de begraafplaats van Sankt-Vith de eeuwigheid met zijn 2 echtgenotes. Sinds 2005 rust ook zijn stiefdochter Irene Janetzky hier. Met Sankt-Vith had ze geen band. De vrouw die 2 vormen van emancipatie belichaamde – van vrouwen in de door mannen gedomineerde publieke sfeer en van een taalgroep die aarzelend haar plaats vond in België – kreeg hier niet meer dan haar naam in een banaal stenen tablet.

Een behulpzame medewerkster leidt me in Janetzky's geluidsfabriek over groen- en zandkleurig balatum naar de drietalige plakkaat die ter nagedachtenis van haar 100-jarig geboortejubileum in 2014 werd opgehangen. Soms herinneren verre gebouwen zich beter wie hun gangen kleur gaf dan mensen ooit zullen doen.