
KÖPFCHEN
HAUSET
APRIL 2022 | Er haast zich een zilvergrijze Citroën CX naar een verlaten douanepost. De wagen met Duitse nummerplaat komt bruusk tot stilstand. De ruige bestuurder sleurt een geknevelde jongeman gehaast uit de koffer. De laatste, verward, negeert de fles water die hem wordt toegestopt. Terwijl de chauffeur opnieuw instapt om rechtsomkeer te maken, grist de jongeman de fles alsnog van het autodak en strompelt België binnen.
Deze scène voor de Krimi-schlager Schimanski werd hier in 1998 gedraaid. De verlaten expediteursbarakken, het oude douanegebouw en de controlekiosk met ingeslagen ramen kwamen onvermijdelijk grauw in beeld. De norse einzelgänger Schimanski met zijn onafscheidelijke Citroën loste doorgaans moorden op in het troosteloze Rijnland. Voor een nog ruwere rand moest de productieploeg hier zijn, tot in 2000 keerde ze nog tweemaal terug.
Een bont gezelschap ging Schimanski hier voor. In 1439 lijfde Filips de Goede van Bourgondië een gebied rond Aken in, waartoe ook Köpfchen behoorde. Eeuwenlang trokken kooplieden, soldaten en smokkelaars voorbij, elk met een andere reden om de lijn op de kaart te respecteren of te negeren.
De omliggende bossen zijn een teletijdmachine: te voet beweeg je je er moeiteloos tussen tijdperken. Al in 1905 tramden Akenaars naar hier voor een uitje naar de miljoenen jaren oude Zyklopensteine. Bizar kromgegroeide haagbeuken markeren de Landgraben die 600 jaar geleden de grens vormde tussen het Rijk van Aken en het hertogdom Limburg. Zelfs een onderdeel van de Westwall die nazi-Duitsland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog aanlegde, is nog hardnekkig nabij.
In 1920 trok het Verdrag van Versailles hier de nieuwe grens tussen België en Duitsland. Begin jaren 1950 verscheen aan Belgische zijde een elegante douanekiosk. Het lichte paviljoen gaf de oversteek naar België iets futuristisch, in scherp contrast met de gesloten doos aan de Duitse overkant. Tot de E40- grensovergang in 1964 opende, was dit de drukste transitplek tussen de beide landen. Het Schengenakkoord van 1995 herschreef het lot van Köpfchen opnieuw. De slagbomen verdwenen, de gendarmen en Polizisten vertrokken, de kiosk werd een reliek uit een tijd waarin grenzen zwaarder wogen dan verbinding.
De vraag of cultuur de wereld kan redden, wordt vaak gesteld. Wie nog het antwoord zoekt, moet naar Köpfchen komen.
Net toen Schimanski hier passeerde, onderzocht de Duitse Elke Zimmermann de artistieke herbestemming van deze bouwvallige plek. Haar scriptie vond meteen weerklank: in 2000 ontstond de vereniging Kunst und Kultur im Köpfchen, kortweg KuKuK. Aan Belgische zijde nam de gemeente Raeren het voortouw door de grenskiosk met de hulp van kunstenaars en cultuurminnaars van de sloophamer te redden. In 2008 kreeg ook het Duitse grensgebouw een tweede leven als cultureel centrum en vond KuKuK er zijn thuis.
Het is een zachte ironie van de geschiedenis: waar ooit werd beslist wie mocht passeren, is vandaag iedereen welkom op meditatiesessies, vlooienmarkten, dj-boots, openluchtcinema, exposities en Franse lessen die sociale media aankondigen. Talen, verbeelding en perspectieven brengen een nieuwe vorm van verkeer: niet meer van goederen, maar van uitwisseling. De grens bestaat nog op kaarten en in administratie, maar hier in Köpfchen is ze al lang vervaagd.
Dit beeld vangt in het klein wat Köpfchen vandaag is: transparant als culturele hotspot, met het verleden dat stil op de achtergrond aanwezig blijft, als een reflectie die zacht meespreekt.
De vraag of cultuur de wereld kan redden, wordt vaak gesteld. Wie nog naar het antwoord zoekt, moet naar Köpfchen komen.
