PENSION BUCHENBERG
RODT

JUNI 2026 | Akkoord, de Belgische Eifel is geen Hollywood aan de Schelde. Daarvoor zijn de dorpen hier te opgeruimd, de kroegen niet groezelig genoeg en kosmopolitische scenario's te wereldvreemd. Cinema uit Ostbelgien laat zich niet vatten in maatstaven van schaal of budget. 

Films maken is hier nog geen businessmodel, wel een passie die na de dagtaak wordt beoefend. Regisseurs schieten hun eerste frames na persoonlijk opgezette crowdfundingcampagnes, omdat de financiële overheidshulp beperkt blijft. Toch slaagt een kleine kring gedreven cineasten erin om filmminnend Ostbelgien geregeld met fijne producties te verblijden.

Regisseurs van de nieuwe lichting, onder wie Joshua Cremer, Julien Kartheuser en Julius Pfeiffer, verkiezen een fotografie van het nabije. Hun camera focust op het vertrouwde landschap met zijn dorpen, wouden, gebouwen en huiselijke interieurs. Als volwaardige tegenspelers van de acteurs sturen ze de sfeer van hun verhalen.

Ostbelgische cinema op zijn zuiverst: melancholisch, zoekend en onlosmakelijk verbonden met de bodem waaruit hij groeit.

Pfeiffers bitterzoete zomernostalgie die naar Gaspar Noé knipoogt of Cremers Lynchiaanse wereld waarin de gekrenkte mens zich staande probeert te houden tegen krachten die groter lijken dan hijzelf: cinema Made in Ostbelgien zoekt zijn verhalen niet in spektakel, maar in kwetsbaarheid. Achter de ogenschijnlijk rustige façade van het platteland ontdekken deze films de existentiële vragen die overal in de wereld resoneren. Angst, eenzaamheid, identiteit en het verlangen naar houvast vinden uitdrukking in het landschap dat tegelijk lieflijk en genadeloos is. De regio als een Wunderkammer van motieven, herinneringen en emoties waarin het lokale universeel wordt.

Die intieme blik op het kleinmenselijke verzandt zelden in pure wanhoop. De prenten erkennen het verlies, de stilstand of de melancholie, maar zoeken in de verbeelding naar een remedie. Cynisme ligt niet in de aard van de makers, weemoedigheid des te meer, oprecht in hun verlangen om betekenis te vinden in het alledaagse.

De 35-jarige Joshua Cremer is vandaag de productiefste regisseur. Over 3 weken gaat zijn nieuwste film Coma Grey in première. Voor de prent castte de jonge kerel deze douanierswoning uit 1908, later bekend als Pension Buchenberg, als een hoofdrolspeler.

In 1986 overleed de hoteleigenares. Sindsdien wordt het gebouw overgeleverd aan langzaam verval. De vochtige kamers achter door klimop verdwijnende ramen zijn meer dan een decor. Ze versterken de emotionele maalstroom van Eduard, een teruggetrokken vrijgezel van middelbare leeftijd wiens leven meedogenloos wordt vernauwd tot de onmogelijke zorg voor zijn dementerende moeder. De woning draagt de sporen van een voltooid verleden tijd, een onverbiddelijk proces waarmee de fictieve Eduard geen vrede kan nemen.

Op deze zonnige junizondag oogt het oude Pension Buchenberg gastvrij als een landhuis in een film van Éric Rohmer. De sierlijke ramen, de fiere gevel en de ranke lijnen verlenen het gebouw een aantrekkelijke grandeur. Zelfs de sparren die zwaar met de wind meedeinen en de hoog cirkelende, klagend miauwende buizerds verstoren die innemende indruk niet in het minst.

In een regio met nauwelijks meer inwoners dan pakweg Hasselt werken opvallend veel cineasten aan een eigen beeldtaal, diep geworteld in het landschap van Ostbelgien. Hun creaties zijn klein van schaal, maar groot in verbeelding. Ze vertellen lokale verhalen zonder provinciaal te worden. In de films van Joshua Cremer toont de ostbelgische cinema zich op zijn zuiverst: melancholisch, zoekend en onlosmakelijk verbonden met de bodem waaruit hij groeit.