OURTALBRÜCKE
STEINEBRÜCK

JULI 2022 | Hoe raak kan een antieke naam ook vandaag nog een plaats treffen. Je hoort het moeiteloos in Steinebrück: de Romeinen legden hier al een stenen brug over de Our aan. De in 1920 getrokken Belgisch-Duitse grens scheurde het speldenkopplaatsje voorgoed in tweeën: een Belgisch en een Duits deel. Aan de brug verscheen het obligate douanekantoor met slagboom, het tastbare teken van scheiding.

Sinds 1984 verbindt een viaduct de Belgische E42 met Duitsland. Wil je vanuit Vlaanderen naar het Zwarte Woud, dan word je onvermijdelijk over deze Ourtalbrücke geleid. Af en toe davert de lucht boven Steinebrück vervaarlijk: een truck in zijn eerste of laatste meters, 90 meter boven de Belgische bodem. Het Zoll-gebouw ligt sindsdien letterlijk in de schaduw van het majestueuze bouwwerk. Ik herinner me een oude foto van het gebouw, met de geschilderde boodschap Wege nach Europa. Uitte een van de 8 geregistreerde zielen die hier wonen, een van hun ouders of een vroegere buur zich zo enthousiast voor Helmut Kohls Europese project?

Opnieuw trilt de lucht enkele seconden. De Europese gelukwens is verdwenen van de recent opnieuw gewitte kantoormuren; de brug is gebleven. Ik vertelde het al: Steinebrück doet zijn naam eer aan. Aan de overzijde van de Our slingert de weg Duitsland binnen: daar waar van zowat alles het technisch beste wordt vervaardigd, het krankzinnig rijke verleden, de gedroomde bestemming van zowel fancy cityhopper als doorwinterd bergbeklimmer ... Maar hier hoeft het nog even niet, hier ligt de poort naar dat grootse land er nog verstild bij.

Hoe idyllisch Steinebrück er vandaag bij ligt, deze schijn bedriegt. Dit is niet zomaar een relict uit een andere tijd, maar een plek waar de Europese droom elke dag wordt geleefd.

De sparren kijken niet meer op van het periodieke geraas hoog boven hun toppen. Ook de 13 huizen – ik heb ze geteld – blijven onverstoord tijdens de rumoerige doortocht van een Duitse opleggercombinatie met propvolle melkciternes. Ik vat het idee op het contrast tussen de 19de-eeuwse boerderijen en het laat-20ste-eeuwse viaduct in een beeld te vatten. Terwijl ik wacht op gunstiger zonlicht om af te drukken, haalt Steinebrück mijn voornemen geruisloos onderuit: de Ourtalbrücke is ook voor mij al een vertrouwde aanwezigheid geworden die bijdraagt aan de charme van deze plek. Met mijn poging om de ouderwetse traagheid hier beneden en de moderne snelheid daarboven als tegenpolen in één frame te vangen, zou ik de ziel van deze plaats missen. Dat geef ik nu graag toe.

Hoe idyllisch Steinebrück er vandaag bij ligt, deze schijn bedriegt. Dit is niet zomaar een relict uit een andere tijd, maar een plek waar de Europese droom elke dag wordt geleefd. Men woont en voetbalt in België, werkt in het nabije Groothertogdom Luxemburg en gaat op zondagochtend om broodjes bij de dichtstbijzijnde bakker, in Duitsland. De magie van het oversteken van een staatsgrens is de inwoners van dit gehucht aan de Our vreemd. Ik kan me voorstellen dat Wege nach Europa werd overschilderd, omdat niemand hier nog aan die boodschap moet herinnerd worden.

In de praktijk leven ze hier – en bij uitbreiding de 78 000 andere Duitstalige Belgen – het leven van hun voorouders. Meer dan een eeuw geleden waren ook zij al grenshoppers die aan weerszijden van de Belgisch-Pruisische grens huwden, werkten en op bedevaart gingen.

Soms openbaart de geschiedenis zich als een volmaakt ronde cirkel.