
VÖSCHTESCH DRÜTTCHE
EUPEN
JULI 2026 | Over de waterbom van 14 juli 2021 vertellen doet de nekharen van Eupener nog altijd rechtop staan. Die dag was het waterbekken van de Wesertalsperre verzadigd geraakt. In de nacht van 14 op 15 juli volgde een noodlozing: de sluizen stuurden 6,4 miljard liter water door de Weservallei. De Weser werd een stroom die huizen openscheurde en straten uitwiste. Angelo Heuer was het eerste slachtoffer. De vloedgolf sleurde hem door een 2 kilometer lange riool onder de stad. Eupen ging door het oog van de naald: hij bleef hier de enige dode. Stroomafwaarts tot in Luik en tussen het Duitse Stolberg en Eschweiler liep de dodentol aanzienlijk hoger op.
De overstroming trof de Unterstadt, de benedenwijk aan de voet van de Haasberg. Wie boven de Moorenhöhe woont, beschouwt de bewoners aan de oevers van de Weser en de Hill als de Marolliens van Eupen. De BRF introduceerde een wijkbewoner onlangs als Unterstädter, niet als Eupener. Hier hebben de mensen altijd dicht bij het water en dicht bij de textielateliers geleefd die de stad in de 17de en 18de eeuw rijk maakten. Er groeide een gemeenschap die op zichzelf was aangewezen. Solidariteit was hier geen ideaal, maar een noodzaak.
Wie boven de Moorenhöhe woont, beschouwt de bewoners aan de oevers van de Weser en de Hill als de Marolliens van Eupen.
Joseph Conin is een spilfiguur in het geheugen van de wijk Seissele Veedel. Geboren in 1896 als zoon in een weversgezin, groeide hij op aan de Malmedyer Straße. Overdag werkte hij in de textielnijverheid, 's avonds zette hij taferelen uit het leven van de mensen in de benedenstad op rijm in het Eupense dialect. Hun taal was de zijne, hun leven zijn poëzie. In de jaren 1930 richtte hij een carnavalsvereniging op die geregeld in aanvaring kwam met de bovenstad, waar men vond dat het zootje Unterstädter zich niets aantrok van de carnavalsetiquette.
De wijknaam verwijst naar een Seissele, een sikkelvormig snoeimes waarmee bewoners in het Hertogenwoud hout verzamelden. Dat deed ook Vöschtesch Drüttche, letterlijk: Truudje van de Försters. Volgens de volksoverlevering werd Gertrud Förster door wespen gestoken terwijl ze brandhout sprokkelde. Joseph Conin vereeuwigde ook haar verhaal, op de melodie van een bekend volkslied.
Als ode aan de ziel van dit stadsdeel werd Vöschtesch Drüttche in 2012 in de Haasstraße vereeuwigd in een eikenhouten beeld. In de stormnacht sleurde het kolkende water haar mee. Bij de ruimingswerken werd ze teruggevonden, nauwelijks gehavend, alsof ze had geweigerd zich van de Unterstadt los te maken. De Weser gaf haar amper 100 meter verder weer prijs. Haar handen strekten zich haast uit naar het geboortehuis van Joseph Conin. De rivier die zoveel herinneringen had weggenomen, had deze ene teruggelegd.
Het beeld werd op 31 augustus 2025 als hoogwatermonument ingehuldigd voor een publiek dat – letterlijk – naar de feestplek was afgezakt. Bij het abstracte theater en de speeches voelden de getroffen bewoners zich andermaal onbegrepen.
De Weser stroomt weer vredig langs de wijk die zich nooit door haar kwetsbaarheid heeft laten definiëren. De littekens in gevels en in mensen zijn gebleven. De gemeenschap ook. Vijf jaar later luisteren de bewoners nog altijd anders naar de regen. Ze informeren naar het waterpeil, alsof de rivier haar onschuld voorgoed heeft verloren. Vöschtesch Drüttche staat waar ze altijd thuishoorde. Haar houten armen geopend naar haar dichter. Niet alles laat zich wegspoelen.
