
KEGELBAHN
WIRTZFELD
JUNI 2026 | Wirtzfeld is een tijdloos dorp. Alleen de kledij waarmee opmerkelijk veel Vlamingen en Nederlanders elke dag op de kleine dorpsparking uitstappen, verraadt het seizoen. Ze zijn nieuwsgierig naar de loop van de Holzwarche of vatten een wandellus naar het nabijgelegen meer van Bütgenbach aan. Hotel Drosson is de vaste prik voor een afsluitende forel, blau of Müllerin.
Zoals het hoort, is het café ook in Wirtzfeld een toevluchtsoord. De tijd nestelt er zich behaaglijk met de bezoekers tussen donker eikenhout en zachtgeel licht. Robuuste balken dragen niet alleen het plafond, maar ook de herinneringen van generaties dorpsbewoners, toevallige passanten en hotelgasten die hier hun verhalen hebben achtergelaten. In een wandkast met gerookt figuurglas getuigen rijen bierglazen van ontelbare avonden vol gesprekken en gezelschap. Door de kleine ramen strijkt het daglicht over de natuurstenen vloer, de ruimte vult zich met het rinkelen van lepels in koffiekopjes, het gedempte gelach van stamgasten en Duitse schlagers, halfzacht op BRF2.
Hoe onverstoorbaar de sfeer ook lijkt, achter een deur en vaak nauwelijks zichtbaar voor de toevallige bezoeker verdwijnt onherroepelijk een stuk dorpsverleden. De kegelbaan: de plek waar vriendschappen werden gesmeed, dorpsnieuwtjes van mond tot mond gingen en generaties elkaar vonden. Tot diep in de jaren 1990 was de wekelijkse kegelavond een vast ritueel, even heilig als de zondagse eucharistie. In nagenoeg elk dorp trof je een kegelbaan aan en was de meerderheid van de bewoners lid van een van de vele kegelclubs.
Andere vrijetijdsbestedingen wonnen terrein. De kegelclubs werden kleiner, hun leden grijzer. Wat ooit een vanzelfsprekend onderdeel van het sociale leven was, werd langzaam een herinnering. Het doffe rollen van de kegelbal op de 16,45 meter lange baan, het gejuich na een geslaagde worp en het geroezemoes van mensen die elkaar al een leven lang kennen, verstommen her en der.
Met het wegsterven van de kegelbaangeluiden wordt de identiteit van de streek niet begraven. Wel verliest de streek een van de stemmen waarmee zij zichzelf vertelde.
De stilte langs kegelbanen vertelt iets over de kwetsbaarheid van wat wij vanzelfsprekend vinden. Het kegelen verdween niet met veel rumoer en ook niet op één dag. Eerst werd een avond overgeslagen, daarna een seizoen uitgesteld, ten slotte werden de spelregels niet meer aan een nieuwe generatie doorgegeven. Tot er op een dag nog wel een baan ligt, maar niemand meer een bal uit het rek neemt.
In hun glorietijd vonden kegelbanen vaak onderdak in hotels, zoals hier in Wirtzfeld. De foto had ook een Duits thema in de Efteling kunnen tonen. Fier hangt de lichtreclame Kegelbahn boven het afdakje met de lantarens, de ingemetselde karrenwielen en de onvermijdelijke geraniums, maar op vele plaatsen is hij zijn glans verloren. De zorg die het stilleven desondanks nog geniet, ontroert.
Met het wegsterven van de kegelbaangeluiden wordt de identiteit van de streek niet begraven. De dorpen hebben het vermogen om mensen samen te brengen niet verloren. Het gemeenschapsleven blijft er opvallend sterk, gedragen door generaties die elkaar blijven ontmoeten.
Maar elke gemeenschap spreekt haar eigen taal, het kegelen was er hier lange tijd een van. Met zijn verdwijnen verliest de streek een van de stemmen waarmee zij zichzelf vertelde. Als een eeuwenoud gesprek tussen dorpsgenoten dat langzaam verstilt.
