UNTERE IBERN
EUPEN

JULI 2026 | Beauty is in the eye of the beholder. Voor wie in Eupen op pad trekt naar de pennenvruchten van Yves Delhez is cynisme een onwelkome reisgezel. Vanaf het einde van de jaren 1980 zette de Eupense architect de op papier haast onmogelijke schetsen uit zijn studententijd aan Saint-Luc in Luik om in een architectuur die even eigenzinnig als vanzelfsprekend oogt.

De sculpturale vormen en de afkeer van rechte lijnen verleiden tot een vergelijking met Antoni Gaudí. Ook het noodlot verbindt beiden: ze kwamen om het leven bij een verkeersongeval. Toch duiden de verschillen Delhez beter. Waar Gaudí's exuberante architectuur uitbundig is in ornament, kleur en symboliek, ontbreekt het Delhez' gebouwen aan die theatraliteit. Zijn werk heeft een noordelijker karakter: stiller, minder decoratief. Gaudí verbeeldde de natuur, Delhez trok haar door: zijn gebouwen gedragen zich als een vanzelfsprekend onderdeel van hun omgeving. 

Hij tekende een soepele geometrie waarin muren buigen, daken uit het terrein lijken te groeien en volumes in elkaar overvloeien. Ondanks de speelse lijnen, bezitten Delhez' gebouwen een zekere zwaarte. Ze zijn letterlijk in de streek verankerd door het gebruik van lokale materialen en grondstoffen. Natuursteen, staal, hout en glas kregen vaak een 2de of 3de leven in zijn constructies. Ook het daglicht beschouwde hij als volwaardig bouwmateriaal: veelvormige glaspartijen zorgen niet alleen voor een overvloedige lichtinval, maar laten ook de ruimtelijke ervaring voortdurend veranderen.

Zijn architectuur overheerst niet, maar is ontvankelijk. Delhez tekende geen triomfen van beton, maar ontmoetingen tussen materiaal, licht, landschap en mens. Hier geen roep om bewondering, wel een uitnodiging tot aandacht.

Sommige architecten tekenen gebouwen, Yves Delhez gaf vorm aan een manier van kijken.

Na de eigenzinnige renovatie van het stedelijke Haus Rotenberg en enkele privéwoningen moest zijn tweede woning, op de steile flank van de Eupense Spitzberg, in het begin van de jaren 1990 de volmaaktste uitdrukking van zijn vormentaal worden. Jarenlang kreeg het koninginnenstuk langzaam vorm. De woning leek zich uit de vervaarlijke helling te ontvouwen; ook hier liet Delhez de onmiddellijke omgeving in de architectuur doorlopen. Letterlijk: een binnentrap slingerde zich rond een volwassen lork die al op het terrein stond. De ideële waarde overtrof de marktwaarde: na Delhez' overlijden viel de door de buurt genoemde Kathedraal herhaaldelijk ten prooi aan vandalisme. Het kreeg iets van kosmische ironie toen een uitslaande brand op Aswoensdag 2022 het onafgewerkte gebouw ruïneerde. Door het moeilijk begaanbare terrein kon de brandweer weinig meer doen dan het gecontroleerd laten uitbranden.

Delhez' eerste woning, temidden van keurige burgerhuizen, is moeilijk in 1 beeld te vatten. In 1993 kwamen 1 200 bezoekers zich in een weekend van open architectuur eraan vergapen. Op deze hete julinamiddag deppen enkele voetgangers, nahijgend van de steile klim, het zweet van het voorhoofd om zonder omkijken hun weg in de residentiële straat te vervolgen.

De focus op de schildpadvorm, terwijl de barokke Sankt-Nikolauskirche naar de beeldrand verschuift, lijkt een visuele samenvatting van Delhez' werk. Oude dogma's verdwijnen voorgoed naar de horizon. Wat overblijft, is aandacht voor de plek zelf.

Het was geen accident de parcours dat Yves Delhez in 1992 mee aan de wieg stond van het museum voor hedendaagse kunst IKOB. De expo's die er sindsdien onderdak vinden en zijn architectuur stellen dezelfde vraag: hoe kunnen mensen anders leren kijken? Het maakt hem minder een architect van constructies dan een architect van ervaring. Sommige architecten tekenen gebouwen, Yves Delhez gaf vorm aan een manier van kijken.