IKOB
EUPEN
FEBRUARI 2023 | Eupen ligt er deze dagen bij als onder een tapijt van sneeuwwitte confetti. Gisteren, op Rosenmontag, namen Prins Carnaval en een bont gekostumeerd gevolg van narren de stad over. Rijkelijk opgesmukte praalwagens trokken voorbij, begroet door jong en oud met een feestdronken Alaaf. Tot diep in de nacht verdronk de stad in het polonaiseritme, op dreef gehouden door eindeloze Spotify-speellijsten met lokale en Duitse carnavalhits. Wie vandaag, op Veilchendienstag, uit bed geraakt is, maakt zich op voor een laatste dag feestvieren: om middernacht kondigt de vastentijd zich aan. Als het consumeren van spijs en drank de volgende 40 dagen wordt beteugeld, dan is dat niet om religieuze redenen, maar uit pragmatisme: niemand meldt zich eerstdaags graag bij de afdeling maag- en darmaandoeningen van het Sankt Nikolaus-Hospital. Duitstalige Belgen worden niet Duitser dan in hun onvoorwaardelijke trouw aan de carnavalstraditie.
Ik ervaar snel dat het een eigenzinnig voornemen is om uitgerekend vandaag het Eupense museum voor hedendaagse kunst te bezoeken. Als een paling zwem ik door het stadspark in tegen een stroom feestklare mensen die voorlopig in rechte lijn naar het centrum trekken. Stel je een Plattenbau in Berlijn voor, haal er een 5-tal verdiepingen af en je benadert de look van het museumgebouw in de stadsrand. Door de onopvallende banner aan de ingang stond ik wellicht niet als eerste verkeerdelijk bij de buurvrouw van zonnecenter Happy Sun. Het IKOB is geen S.M.A.K. of M HKA dat zich architecturaal op de borst klopt; dit kunsthuis voegt zich geruisloos naar het ritme van de stad en verdwijnt haast in de alledaagsheid van zijn omgeving.
Mooier wordt de metafoor zelden: in mindset is Eupen kosmopolitischer dan je zou vermoeden.
Meer dan 25 jaar geleden legde Francis Feidler de basis voor wat het IKOB vandaag is: een ruw, betonnen interieur dat ruimte biedt aan uitwisseling met Vlaanderen, Nederland, Duitsland en daarbuiten. Ik ben geen uitgesproken avonturier in de hedendaagse kunst, maar ik blijf wel graag nieuwsgierig naar de wisselende manier waarop het IKOB telkens opnieuw reflecties uit die nabije buitenlanden opvangt. Het is als het wekelijks doorbladeren van de weekendbijlage van de krant, op zoek naar de kijk van een columnist die de tijdsgeest fileert: hier verbeeld door vaak jonge artistieke helden van deze of gene zijde van de grens.
Zo herinnert Tom Bogaert, die in zijn jeugd zelf met de Vlaamse Leeuw zwaaide, in zijn gerobotiseerde installatie Vendelzwaaier aan de vanzelfsprekendheid waarmee jongeren politiek beladen symbolen omarmen. In Westalgie toont de Oost-Duitse Henrike Naumann hoe ogenschijnlijk keurig opgeruimde nineties-interieurtjes doordrongen raken van de maatschappelijke onrust die via media binnensijpelt.
Terug op de parking voor het IKOB klinken paukenslagen uit het centrum. Eupen ligt in de plooi tussen België, Nederland en Duitsland; noordelijke, westelijke en oostelijke invloeden rollen hier als vanzelf binnen. Tot middernacht schakelt de stad traploos tussen zorgeloos Rijnlands feestgedruis en kritische Oost-Duitse maatschappijreflecties. Mooier wordt de metafoor zelden: in mindset is Eupen kosmopolitischer dan je zou vermoeden.

