NEUSTADT
SANKT-VITH
SEPTEMBER 2022 | Het schooljaar is twee dagen jong. Vorige week stond er voor Bäckerei Fonk nog een rij Nederlanders luidruchtig Kuchen te bestellen, terwijl een doorrookte Antwerpse dame bij Metzgerei Peeters vertwijfeld haar toevlucht zocht tot Google Translate. Haar Marcel haalde de schouders op: ook hij begreep niet wat de vriendelijke winkelhulp met een Tüte bedoelde.
De Hauptstraße ligt er op deze vroege septembervoormiddag als een strandhotel na het zomerseizoen bij: de laatste gasten finaal de deur uit, gaan de etalageramen in het sop, vinden de brochures in het Touristinfo opnieuw hun plekje in de displays en weerklinken opnieuw uitsluitend begroetingen in het Eifeler Platt.
Wie het wil zien, weet het. Niet de Nederlandse campinggasten in het nabije Wiesenbach, wel de hobbyhistorici en de achterkleinkinderen van Amerikaanse soldaten die hier tijdens het Ardennenoffensief in grote getale het leven lieten: begin 1945 lag dit opgeruimde stadje in puin. Na de Siberische oorlogswinter van 1944-45 kon je het aantal onbeschadigde gebouwen, hoofdkerk en ziekenhuis inbegrepen, letterlijk op de vingers van twee handen tellen. De spoorinfrastructuur zou zich nooit meer economisch herstellen: het stationsgebouw bleef achter als een verweesde weduwe.
De dooi van 1945 bracht ook de Bevrijding. Het centrum van weleer was dermate ontwricht, dat burgemeester Frères met de steun van de Belgische ministeries aan de rand van de stad een barakkenwijk liet optrekken: zo'n 150 noodonderkomens voor circa 1 200 inwoners. In deze artificiële microstad ontkiemde een nieuw sociaal en commercieel leven rondom de noodkerk, volkstuintjes en Tante-Emma-Laden. Ook de tekentafels waaraan architecten het centrum volgens de pennentrekken van anonieme fifties stadsarchitectuur zouden heropbouwen stonden hier.
Tussen 1966 en het begin van de jaren 1980 ruimden de uitgeleefde en veelal verlaten barakken geleidelijk plaats voor comfortabele sociale woningen. Tot op vandaag noemt de Sankt-Vither deze wijk Neustadt. Neustadt participeert niet aan de sjofele bedrijvigheid 100 meter verderop; het verkeer komt in de regel niet verder dan de parking van de naburige Carrefour.
De verspreid in het gras liggende ballen en de werkloze trampolines en schommels verraden dat de wijk straks, na schooltijd, haar schwung terugvindt.
Door de haast prikkelarme ordening van de huizen voelt Neustadt als een Vlaamse tuinwijk. Ik wandel er de straten en wandelpaadjes op en neer. Een warme specerijengeur waait me tegemoet, uit een open raam klinkt een overzeese taal. Schouderhoge hagen tussen de stadstuinen nodigen uit tot kleine inkijkjes op oosterse kralengordijnen, een blauw-gele vlag over een fauteuil. De verspreid in het gras liggende ballen en de werkloze trampolines en schommels verraden dat de wijk straks, na schooltijd, haar schwung terugvindt.
De foto maakte ik in de Silvio Gesell Strasse. In de late 19de eeuw verruilde Gesell Pruisisch Sankt-Vith voor een avontuurlijk zakenleven dat hem tot in Buenos Aires bracht. De economische crises die ook zijn onderneming troffen, deden hem pleiten voor een socialer gemodelleerd monetair systeem. Verheerlijkt door revolutionairen, maar verguisd door wie het voor het zeggen had, maakte hij het zichzelf in het Duitsland van de jaren 1920 bepaald niet gemakkelijk met zijn visie. Ik gun hem de mogelijkheid te beseffen dat de gelukszoekers in de Silvio Gesell Straße in zekere zin in zijn naam een thuis gevonden hebben. De wijk leest als een allegorie van Gesell zelf: een buitenbeentje, gedragen door hoop en idealisme. Zo wordt een straatnaam een verhaal dat de tijd overspant en blijft hangen, en zoveel minder anoniem klinkt dan Neustadt.
